Diagnose-aanpak
Intermitterende storing in de auto: zo vind je een storing die af en toe optreedt
Een intermitterende storing is een storing die niet altijd aanwezig is. De auto doet het ene moment raar en het volgende moment weer normaal. Je vindt zo'n storing alleen als je hem op het juiste moment meet. Daarom werk je in een vaste volgorde. Eerst breng je het patroon van de klacht in kaart. Dan boots je de omstandigheden na en meet je terwijl de storing optreedt. Pas als je de oorzaak hebt bevestigd, vervang je iets.
Dit artikel is een uitwerking van één situatie uit ons storingsdiagnose stappenplan: de klacht die je niet zomaar kunt laten zien. Het vervangt geen fabrieksinformatie of schema's. Het helpt je wel om gericht te zoeken in plaats van te gokken.
In het kort: de aanpak
- Breng het patroon van de klacht in kaart
- Gebruik foutcodes, status en freeze frame als spoor
- Kijk wat er al is gedaan
- Boots de omstandigheden na
- Meet terwijl de storing optreedt
- Controleer stekkers, pinnen en massapunten
- Bevestig de oorzaak
- Leg alles vast, ook als je niets vindt
Waarom een intermitterende storing zo lastig is
Bij een vaste storing meet je gewoon het circuit door en vind je de fout. Bij een intermitterende storing is de fout er vaak niet op het moment dat jij meet. Alles lijkt in orde. De auto gaat terug naar de klant, en een week later staat hij er weer.
Veel van deze storingen hebben te maken met omstandigheden. Denk aan warmte, kou, vocht, trillingen of de belasting van het elektrische systeem. Een stekker die net niet goed contact maakt, kan bij stilstand prima werken en pas tijdens het rijden of bij regen onderbreken. Ook een zwakke accu of een slechte massaverbinding kan in meerdere systemen tegelijk vreemde klachten geven.
De kern van de aanpak is dus: zorg dat de storing optreedt terwijl jij aan het meten bent.
1. Breng het patroon van de klacht in kaart
Het patroon is je belangrijkste aanwijzing. Vraag de klant zo precies mogelijk wanneer het gebeurt, of laat de servicebalie dat doen:
- Temperatuur: bij een koude start, na een lange rit, of juist na een korte stop met een warme motor?
- Weer: vooral bij regen, mist of vorst? Na een wasbeurt?
- Rijsituatie: bij optrekken, bij een bepaalde snelheid, over drempels, bij het insturen?
- Verbruikers: met verlichting, ventilator, achterruitverwarming of airco aan?
- Frequentie: elke dag, één keer per week, of één keer gebeurd?
Vraag de klant ook om een foto of filmpje te maken als de storing weer optreedt. Een foto van het dashboard met de waarschuwing erop zegt vaak meer dan een beschrijving achteraf. Vraag wel om dat alleen te doen als het veilig kan, dus niet tijdens het rijden.
Schrijf het patroon op in je eigen woorden. Een zin als "valt uit na circa 20 minuten rijden, alleen als het regent" is al een halve testopzet.
2. Gebruik foutcodes, status en freeze frame als spoor
Lees alle regelapparaten uit, niet alleen het systeem waar de klacht zit. Een storing in de voeding of in de communicatie tussen regelapparaten laat vaak codes achter in meerdere systemen.
Let per code op deze punten:
- Status. Veel testers tonen of een code actueel, opgeslagen of sporadisch is. De namen verschillen per merk en per tester. Een code die nu niet actueel is, kan juist het spoor zijn dat je zoekt.
- Freeze frame. Dit is een momentopname van de omstandigheden op het moment dat de code werd opgeslagen, zoals toerental, motortemperatuur, snelheid en voedingsspanning. Bij een intermitterende storing is dit vaak de enige meting die je hebt van het moment zelf.
- Teller en kilometerstand. Sommige regelapparaten slaan ook op hoe vaak een code is opgetreden, of bij welke kilometerstand. Zo zie je of de storing vaker voorkomt of juist een keer is gebeurd.
Vergelijk de freeze frames met het patroon van de klant. Klopt het? Dan weet je onder welke omstandigheden je moet testen. Klopt het niet? Dan heb je misschien met twee verschillende problemen te maken.
Maak een foto of export van het uitleesrapport voordat je iets wist. Wis je de codes meteen, dan ben je de freeze frame-gegevens kwijt.
3. Kijk wat er al is gedaan
Een auto met een intermitterende storing is vaak al eerder binnen geweest. Kijk wat er bekend is:
- Welke onderdelen zijn al vervangen voor deze klacht?
- Welke metingen zijn al gedaan, en wat was de uitkomst?
- Is er recent iets gedaan dat ermee te maken kan hebben, zoals schadeherstel, een accuwissel of het monteren van een trekhaak of accessoire?
- Zijn er technische servicebulletins of softwareupdates van de fabrikant voor deze klacht?
Een vervangen onderdeel dat de klacht niet heeft opgelost, is ook informatie. Het zegt dat de oorzaak waarschijnlijk ergens anders zit, bijvoorbeeld in de bedrading of de stekker naar dat onderdeel.
4. Boots de omstandigheden na
Weet je onder welke omstandigheden de storing optreedt? Dan probeer je die na te bootsen in de werkplaats of tijdens een proefrit. Doe dit terwijl je meet of live data bekijkt. Anders zie je de storing misschien wel, maar weet je nog steeds niet waar hij zit.
- Trillingen: beweeg bedrading en stekkers in kleine stukjes, terwijl je de meetwaarde of live data in de gaten houdt. Dit heet ook wel een wiggle test. Werk systematisch langs de kabelboom, van de ene kant naar de andere. Let vooral op plekken waar de kabelboom buigt, langs een scherpe rand loopt of door een doorvoer gaat, zoals bij een deur of achterklep.
- Warmte: verwarm een onderdeel of stekker voorzichtig met een föhn of heteluchtpistool. Te veel hitte beschadigt kunststof en isolatie, dus bouw het rustig op.
- Kou: koel een onderdeel af met koudespray. Verandert de klacht direct? Dan heb je een sterke aanwijzing.
- Vocht: spuit gericht een beetje water met een plantenspuit op de plek die je verdenkt. Begin licht en werk van plek naar plek, zodat je weet welke plek de storing geeft.
- Elektrische belasting: zet zoveel mogelijk verbruikers tegelijk aan. Een slechte verbinding valt vaak pas op als er veel stroom doorheen loopt.
Schrijf op wat je hebt geprobeerd en wat er gebeurde. Ook "geen reactie bij verwarmen van de stekker" is nuttig. Dan hoeft een collega dat niet opnieuw te doen.
5. Meet terwijl de storing optreedt
Een meting die je doet als alles normaal werkt, zegt weinig. Zorg dat je meetopstelling klaarstaat voordat je de storing opwekt. Er zijn een paar manieren om het moment zelf te vangen:
- Live data opnemen. Veel diagnosetesters kunnen live data opnemen tijdens een proefrit. Kies alleen de waarden die bij de klacht horen. Hoe minder waarden je tegelijk opneemt, hoe sneller de tester ze meestal ververst.
- Min/max-functie van je multimeter. Deze functie onthoudt de laagste en hoogste waarde terwijl jij beweegt, verwarmt of rijdt. Let op: niet elke meter is snel genoeg voor heel korte onderbrekingen.
- Oscilloscoop met trigger. Een scoop laat zien hoe een signaal verloopt in de tijd. Met een trigger stel je in dat de scoop het beeld vastlegt op het moment dat het signaal afwijkt. Zo vang je ook een korte onderbreking die je met een multimeter mist.
- Spanningsval meten onder belasting. Meet de spanning over een draad, stekker of massaverbinding terwijl er stroom door het circuit loopt. Een slechte verbinding kan bij een weerstandsmeting goed lijken, omdat je ohmmeter maar een heel klein stroompje gebruikt. Onder echte belasting valt dan ineens spanning weg. Vergelijk de uitkomst met de specificatie van de fabrikant.
Meet bij voorkeur aan beide kanten van een verdachte plek: vóór en na de stekker, of aan het begin en het einde van een draad. Zo zie je precies waar het signaal verandert.
6. Controleer stekkers, pinnen en massapunten
Veel intermitterende storingen zitten in een verbinding, niet in het onderdeel zelf. Controleer de verdachte stekkers daarom goed:
- Visueel: zoek naar corrosie, groene of witte aanslag, vocht, verbrande plekken en beschadigde afdichtingen.
- Pinnen: kijk of er pinnen zijn teruggedrukt in het stekkerhuis, of verbogen zijn.
- Klemkracht: controleer of een contactbus nog stevig om de pin klemt. Gebruik daarvoor een testpin van de juiste maat. Steek nooit een gewone meetpen in de voorkant van een stekker. Daarmee buig je de contactbus op en maak je zelf een nieuwe storing.
- Vergrendeling: zit de stekker echt vast, en is de borging aanwezig?
- Massapunten: controleer de massaverbindingen van het circuit op roest, losse bouten en verf onder het contactvlak.
Vind je een slechte verbinding? Beoordeel dan of die ook echt de klacht verklaart. Een beetje corrosie op een stekker is niet automatisch de oorzaak.
7. Bevestig de oorzaak
Bij een intermitterende storing is bevestigen extra belangrijk. Na een reparatie kan de storing ook toevallig even wegblijven. Dan denk je dat het is opgelost, terwijl dat niet zo is.
Je hebt de oorzaak pas echt gevonden als je de storing kunt opwekken én laten verdwijnen door precies die plek te beïnvloeden. Bijvoorbeeld: de storing komt terug als je aan één bepaalde stekker beweegt, en blijft weg zodra je die stekker vasthoudt of overbrugt. Dan weet je dat je goed zit.
Na de reparatie herhaal je dezelfde test onder dezelfde omstandigheden. Gebruik dezelfde trillingen, dezelfde warmte of dezelfde proefrit als waarmee je de storing eerst opwekte. Lees daarna alle regelapparaten opnieuw uit en controleer of er geen nieuwe codes zijn bijgekomen.
8. Leg alles vast, ook als je niets vindt
Bij een intermitterende storing is vastleggen nog belangrijker dan bij een gewone storing. De kans is groot dat de auto terugkomt, of dat een collega verder moet met jouw werk. Schrijf daarom op:
- het patroon van de klacht, in de woorden van de klant en in je eigen woorden;
- de foutcodes met status, freeze frame en teller;
- welke omstandigheden je hebt nagebootst en wat er gebeurde;
- welke metingen je hebt gedaan, waar je meetpunten zaten, en de uitkomst;
- wat je hebt uitgesloten, en hoe;
- wat de oorzaak was, wat je hebt gerepareerd en hoe je dat hebt gecontroleerd.
Vind je de storing niet? Leg dan net zo goed vast wat je hebt gedaan. Spreek met de klant af wat hij doet als de klacht terugkomt, bijvoorbeeld meteen een foto maken en de auto direct laten brengen. Dan begint de volgende monteur niet opnieuw bij nul, maar bij jouw laatste meting.
Hoe je het vastlegt, maakt minder uit dan dát het terug te vinden is. Het verschil tussen een werkbon en een diagnoselogboek lees je in Papieren werkbon of digitaal diagnoselogboek. In Carozo leg je de klacht, foutcodes, metingen, foto's en rapporten per voertuig vast in een diagnosedossier. Je collega's kunnen die bevindingen teruglezen en de diagnose voortzetten. En je zoekt eerdere diagnoses terug op kenteken, merk en model, probleem of monteur.
Veelgemaakte fouten
- Een onderdeel vervangen omdat de storing nu even weg is. Bij een intermitterende storing bewijst dat niets.
- Codes wissen voordat ze zijn vastgelegd. Dan ben je de freeze frame-gegevens kwijt.
- Meten als alles normaal werkt. Zorg dat je meet op het moment dat de storing optreedt.
- Alleen weerstand meten. Een slechte verbinding vind je vaak pas met een spanningsvalmeting onder belasting.
- Meetpennen in de voorkant van een stekker steken. Daarmee maak je contactbussen kapot.
- Niets vastleggen als je niets vindt. Juist dan heeft de volgende monteur jouw aantekeningen nodig.
Veelgestelde vragen
Wat is een intermitterende storing?
Een intermitterende storing is een storing die niet altijd aanwezig is. Hij komt en gaat, vaak onder bepaalde omstandigheden zoals warmte, vocht, trillingen of elektrische belasting. In de werkplaats heet dit ook wel een sporadische storing.
Mag ik de foutcodes wissen om te kijken of ze terugkomen?
Ja, maar pas nadat je alle codes, statussen en freeze frames hebt vastgelegd met een foto of export. Wis je eerder, dan gooi je de beste informatie over het moment van de storing weg.
Waarom vind ik niets met een weerstandsmeting?
Een ohmmeter meet met een heel klein stroompje. Een slechte verbinding kan dat stroompje nog prima doorlaten. Pas als er echte stroom door het circuit loopt, zie je de fout. Meet daarom de spanningsval terwijl het circuit belast is.
Wat doe ik als ik de storing niet kan laten optreden?
Leg vast wat je hebt geprobeerd, onder welke omstandigheden, en wat je hebt gemeten en uitgesloten. Spreek met de klant af dat hij een foto maakt en de auto direct brengt als de storing terugkomt. Dan kun je meten op het moment dat het misgaat.
Tot slot
Een intermitterende storing vind je met een vaste aanpak. Breng het patroon in kaart, boots de omstandigheden na en meet op het moment zelf. Vervang pas iets als je de storing kunt opwekken en weer laten verdwijnen. En schrijf alles op, zodat jij of je collega de volgende keer verder kan waar je bent gebleven.
Leg klacht, foutcodes, metingen en foto’s per voertuig vast in Carozo. Probeer het met een gratis proefperiode van 14 dagen.
Lees ook: het storingsdiagnose stappenplan · ← Alle artikelen